Onderwijsrecht

Onderwijsrecht

Er wordt een onderscheid gemaakt in twee typen onderwijs, het openbaar en bijzonder onderwijs. Een onderwijsinstelling dat resulteert onder het openbaar onderwijs heeft de overheid, bijvoorbeeld de gemeente, als bevoegd gezag. Het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling dat valt onder het bijzonder onderwijs, is een civiel bestuur.

Elk besluit genomen door een bevoegd gezag in het openbaar onderwijs valt onder de werking van de Algemene wet bestuursrecht. Is een belanghebbende, bijvoorbeeld een docent of een leerling, het niet eens met besluit dan zal er binnen de door de wet aangegeven termijn (zie bezwaarschrift) een bezwaarschrift tegen dit besluit moeten worden ingediend. Tegen het besluit op het bezwaarschrift kan bij de bestuursrechter beroep worden aangetekend. Ook hier geldt een wettelijke termijn. Hierna is er nog hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State.

Ook zullen de in het bijzonder onderwijs genomen besluiten dienen te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Vooral het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel zijn hierbij van belang.

Het onderscheid in het openbaar en bijzonder onderwijs is tevens van belang ten aanzien van de rechtspositie van de werknemer in het onderwijs. De onderwijs-Cao’s spelen een belangrijke rol bij deze rechtspositie.

Naast de rechtspositie van het personeel zijn er rechten en plichten in het onderwijs zoals: aansprakelijkheid, deugdelijk onderwijs, ouderbijdrage, veilige school, informatieverschaffing door de school aan niet (meer) gehuwde ouders, schorsing en verwijdering, toelating, wangedrag ouders, vervoerskosten medezeggenschap, enz…

Medezeggenschap

Sinds 1 januari 2007 is de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) van kracht. Deze wet biedt scholen in het primair en voortgezet onderwijs mogelijkheden om de medezeggenschap op een adequate wijze vorm te geven. Zowel ouders, leerlingen als het personeel zijn belangrijke geledingen binnen deze wet.

Geschillen tussen het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad worden veelal voorgelegd aan de landelijke commissie voor geschillen. Deze geschillen hebben vaak betrekking op advies en inspraak. Ook interpretatiegeschillen, bijvoorbeeld ten aanzien van taakbeleid, kunnen een aanleiding zijn de voornoemde commissie in te schakelen.